Contact Us

Use the form on the right to contact us.

You can edit the text in this area, and change where the contact form on the right submits to, by entering edit mode using the modes on the bottom right. 

           

123 Street Avenue, City Town, 99999

(123) 555-6789

email@address.com

 

You can set your address, phone number, email and site description in the settings tab.
Link to read me page with more information.

Roel Roscam Abbing

 

Person With Ball ⛹

 
Roel Roscam Abbing
 

Ieder die gebruik heeft gemaakt van instant messaging applicaties, is ze wel eens tegengekomen: emoji. Deze bontgekleurde plaatjes zijn een van de meest opvallende kenmerken van communicatie in de afgelopen jaren. In vrijwel elk gesprek online worden ze gebruikt om uitspraken kracht bij te zetten of te voorzien van smaak, als grapje of flirt. Sinds hun introductie in 2010 zijn ze in mum van tijd mainstream geworden en gebruikt door jong en oud. Ze zijn zelfs geliefd in bedrijfscommunicatie, vaak in de ietwat genante pogingen om de PR hedendaagser te maken. Je zou daarom haast kunnen zeggen dat ze slechts een banale curiositeit zijn. Wie emoji goed in de gaten houdt, zal echter zien dat ze als fenomeen op het snijvlak liggen van twee van de meest urgente politieke thema’s van deze tijd: de toenemende neiging om politieke problemen met technologie op te lossen, een tendens met name van bedrijven uit de Silicon Valley, en de toenemende focus op identiteitspolitiek. Een moment waarop deze twee ontwikkelingen het meest zichtbaar werden vond plaats in 2015, toen de emoji plots huidskleuren kregen. Deze bijdrage aan Sign of the Times traceert hoe men op dat punt is aangekomen aan de hand van een genealogie van de emoji ‘; PERSON WITH BALL’.

Zoals alle emoji, begon ; als een voorstel om op te worden genomen in de Unicode Standard. Deze standaard wordt beheerd door het Unicode Consortium, een non-profit organisatie die zich bezighoudt met tekstcodering.1 Het werk dat het Consortium doet heeft betrekking op het gebruik en weergave van alle tekens en tekst op digitale media, of het nou om computers, mobiele telefoons of websites gaat. In deze capaciteit is het Unicode Consortium dus verantwoordelijk voor een belangrijke onderliggende infrastructuur van digitale communicatie. De Unicode Standard die de organisatie publiceert heeft als doel de encodering van tekens te normaliseren, zodat het mogelijk is verschillende talen en tekensets, ongeacht het platform, op dezelfde manier te kunnen weergeven. Het idee achter Unicode stamt uit het eind van de jaren 80, wanneer blijkt dat in het geval van internationale gegevensuitwisseling (bijvoorbeeld via de opkomende media als email en het Web) het hanteren van verschillende tekstcoderingstabellen leidt tot onleesbare documenten. Deze encodering is namelijk de vertaalslag tussen binaire instructies voor de computer en een leesbaar document voor de gebruiker. Zo zal het weergeven van een Japans document dat geëncodeerd is in het Japanse ShiftJIS leiden tot een onleesbaar document in het Amerikaanse ASCII; beide encoderingen koppelen andere tekens aan hetzelfde getal. De oplossing die men voor dit probleem voorzag was één universele encodering. De Unicode Standard is in feite dus een hele grote tabel waarin tot op heden 128.000 verschillende schrifttekens aan een uniek binair nummer, zogeheten codepoints, gekoppeld worden.

Om deze reden was en blijft de prioriteit van Unicode de opname van zoveel mogelijk reeds bestaande tekstcoderingen in deze enkele tabel. Met het al dan niet opnemen, bevestigt het de status van reeds gehanteerde standaarden. Hiermee is het systeem dan ook normatief. Het voorstel om op te nemen was onderdeel van een groter voorstel om allerlei symbolen over te nemen die door het Japanse normeringinstituut voor de media, ARIB, reeds werden gebruikt.2 Het icoon was onderdeel van een iconenset van kaartenlegenda’s en droeg de oorspronkelijke omschrijving: track and field / gymnasium ’, oftewel sportveld of gymnastiekzaal.3 Eenmaal opgenomen in Unicode kreeg het symbool het nummer ‘U+26F9’ en een nieuwe omschrijving: ‘PERSON WITH BALL’. Strikt genomen gaat Unicode slechts over het koppelen van het een idee van een symbool of teken aan een codepoint, en niet om de uiteindelijke vorm van dat symbool (de glyph, die door typografen wordt ontworpen).4 Om dit goed te doen voorziet Unicode echter altijd in een omschrijving en gesuggereerde weergave. Hoewel deze allebei niet mogen worden gezien als officiële vorm of betekenis, is dat in de praktijk vaak wel het geval. Het effect hiervan is dat Unicode publicaties leidend zijn geworden voor de uiteindelijke vorm van een teken. Door het ARIB symbool op te nemen met een nieuwe omschrijving, vond er een kleine maar invloedrijke verschuiving plaats in de betekenis van het symbool. Van een teken dat op kaarten symbool stond voor een object, naar een symbool dat een persoon met een bal afbeeldde. Dat dit gebeurde was eigenlijk niet zo’n groot punt en dat was het in het verleden ook nooit geweest, aangezien het Unicode Consortium vanaf de jaren 90 zijn werk altijd deed op de achtergrond, in de redelijke luwte die deze technische en bureaucratische werkzaamheden op natuurlijke wijze boden. Een jaar na de introductie van zou daar verandering in beginnen te komen.

Omstreeks 2010 standaardiseerde Unicode een nieuwe reeks tekens die veel gebruikt werd in de mobiele telefonie in Japan: emoji. Een beslissing ontstaan vanuit hetzelfde idee om reeds bestaande internationale tekstcoderingen op te nemen in die ene tabel. Om duplicatie te voorkomen werd er heel praktisch gekeken naar wat voor soort symbolen door de Japanse telecombedrijven gebruikt werden als emoji, en welke vergelijkbare symbolen er al in de Unicode tabel aanwezig waren en dus ‘hergebruikt’ konden worden. Technisch gezien werden emoji een ‘status’ die een rits nieuw te encoderen symbolen werd toegeschreven, maar ook reeds bestaande symbolen kregen deze. ❤ bijvoorbeeld, zit al sinds 1995 in de Unicode tabel, maar werd in 2010 verheven tot emoji status.5 Een van de eigenschappen van emoji status is dat voor een symbool twee manieren van weergave mogelijk zijn,: de normale, eenkleurige ‘tekstweergave’ en een bonte emoji weergave. Het is met deze bonte weergave dat Apple de emoji wist te populariseren. Het Apple lettertype, Apple Color Emoji, werd ontwikkeld na de introductie van de iPhone in Japan. Eenmaal opgenomen in het iPhone-toetsenbord werd het concept geïntroduceerd aan een wereldwijd publiek. Met de populariteit van emoji werd ook het werk van het Unicode Cconsortium zichtbaarder. De toegenomen aandacht werd positief ervaren, maar emoji golden binnen het consortium eigenlijk als bijzaak van het ‘echte’ tekstcoderingswerk.

Tegelijkertijd werd de inzet rond emoji steeds groter. Apple’s lettertype werd steeds invloedrijker door niet alleen de iPhone, maar ook omdat het werd gebruikt in andere applicaties zoals WhatsApp. Omdat de aanwezigheid van gedetailleerde en aantrekkelijke emoji fonts in toenemende mate een verkoopargument voor telefoontoestellen en apps werd, gingen veel fabrikanten de concurrentie met Apple aan door op dezelfde manier emoji vorm te geven; gebruikmakend van veel kleuren en een hoge mate van detail. Vanuit een diversiteit aan verschillende weergavestijlen – Google’s Android gebruikte een tijd een soort niet-menselijke barbapappafiguren – werd de ‘realistische’, ‘hoge resolutie’ stijl van Apple toonaangevend.

Als je de Apple Color Emoji weergave van ⛹ zou moeten omschrijven, zou je al snel op iets uitkomen als ‘rennend meisje met basketball’ . Het mag duidelijk zijn dat met een toename aan resolutie en detail het palet aan mogelijke interpretaties of betekenissen van zo’n symbool wordt beperkt, en dat sommige betekenissen zelfs worden uitgesloten. In het door raciale spanningen beladen discours in de Verenigde Staten, werden deze Apple Color Emoji op den duur dan ook opgevat als ‘blank’. Dat kwam niet in de laatste plaats omdat Apple zelf met de introductie van emoji die LGBT koppels voorstelden, het idee van emoji had gekoppeld aan representatie en persoonlijke identiteit. Onderwerpen waarmee het bedrijf als modern en progressief in het daglicht kon komen te staan. Er ontstond een mediastorm over de ‘kleurenblindheid’ van Apple, terwijl progressieve identiteitspolitiek juist een van hun speerpunten was. De aanhoudende klachten die Apple kreeg over het gebrek aan emoji representatie voor verschillende ‘etniciteiten’ was slechte PR, en dergelijke klachten werden dan ook doorverwezen naar Unicode. Het argument dat Apple hiervoor voerde, was dat het slechts de standaarden van Unicode implementeerde (daarbij niet vermeldend dat Apple medewerkers zelf als onderdeel van Unicode die standaard hebben helpen ontwerpen). Waar normaal Unicode langdurig kon beraden over weloverwogen nieuwe standaarden, was er nu de druk en de verwachting om snel met een technische oplossing te komen voor wat inmiddels het ‘diversiteitprobleem’ van Unicode emoji was. Binnen de kortste keren werd de Unicode standaard geüpdate met een nieuw type emoji dat kon worden gebruikt om bestaande ‘menselijke’ emoji te modificeren, en ze van een van vijf tinten kleur te voorzien. Vanuit de traditie van het consortium om reeds bestaande standaarden te hergebruiken, werd gekozen ze voor de ‘Fitzpatrickschaal’, een schaal die in zes gradaties de gevoeligheid van een huid voor UV straling probeert uit te drukken, en een schaal die gemakshalve door Unicode voor neutrale (want medische!) schaal voor huidskleur werd aangezien. Dat “wetenschappelijke” classificatieschalen voor huidskleur in een uitgesproken koloniale traditie staan, werd over het hoofd gezien. Daarbij sloeg deze oplossing die een postkoloniale kritiek wilde accommoderen natuurlijk de plank mis. Tot overmaat van ramp zijn in de voorgestelde Unicode standaard ook nog eens de twee “blanke” graden van de schaal op een hoop gegooid, waardoor de huidige implementatie in feite bestaat uit een lichte kleur en vier toenemend getinte.6 De hoofdpersoon van onze genealogie , , werd een van de ‘menselijke’ emoji die een huidskleur kon krijgen.

Het mag duidelijk zijn dat met deze stap de verbinding tussen emoji en identiteitspolitiek verankerd is geraakt en er een doos van Pandora is opengetrokken. Niet alleen is het einde zoek van wie er allemaal gerepresenteerd moeten worden in de Unicode tabel, maar ook de neveneffecten zijn aanzienlijk. Als je bijvoorbeeld de zoekmachine van Instagram gebruikt om op tags te zoeken, zie je verschillende resultaten voor bijvoorbeeld Fitzpatrick-1-2 👍🏼 en Fitzpatrick-6 👍🏾, waardoor de inhoud van de website in feite langs raciale lijnen gescheiden wordt, oftewel gesegregeerd wordt.7 Dat dit een onoplosbaar probleem is, komt vanuit de inherente tegenstrijdigheid van wat Unicode probeert te doen. Het is een organisatie met de normalisering van syntactische taalelementen – de allerkleinste bouwstenen van een taal of schrift, de letters en leestekens – als doel. Het probleem waar het Consortium tegenaan loopt, is dat ze inmiddels pogen te standaardiseren op het niveau van betekenissen (semantiek).8 Dat terwijl betekenis zo onderhevig is aan context en, zoals ons laat zien, ook naar verloop van tijd verandert. Simpelere iconen van een lage resolutie lenen zich voor een bredere interpretatie. De door commercie gedreven tendens om steeds gedetailleerde emoji te ontwerpen, maakt de mogelijkheden voor interpretatie steeds geringer. Hetgeen weer tot gevolg heeft dat men zichzelf er niet in kan herkennen. Het is natuurlijk ook de vraag in hoeverre je jezelf moet willen herkennen in een volledig door commerciële belangen vormgegeven uitdrukkingsvorm, met name nu emoji steeds realistischer en minder speels worden. De transformatie van is in ieder geval nog niet ten einde; bij het schrijven van deze tekst heet inmiddels ‘PERSON BOUNCING BALL’ en kan het zowel mannelijk, vrouwelijk of ‘neutraal’ zijn – waarbij de neutrale weergave identiek is aan de mannelijke weergave. Kortom, we zijn er nog niet over uitgeschreven…

Deze bijdrage is gebaseerd op ‘Modifiying the Universal’, een tekst die in samenwerking met Femke Snelting en Peggy Pierot tot stand is gekomen en gepubliceerd wordt in de bundel: Executing Practices.


  1. Hoewel het Consortium een open bestuursmodel nastreeft, waarbij veel verschillende belanghebbenden aan tafel zitten om tot de standaard te komen, hebben niet alle partijen het stemrecht (kosten: $18.000 per jaar, zie: http://www.unicode.org/consortium/levels.html) om voorstellen aan te nemen of af te wijzen. Zeven van de negen belanghebbenden die (kunnen) betalen voor stemrecht zijn Amerikaanse technologiebedrijven (Adobe, Apple, Google, IBM, Microsoft, Oracle en Yahoo, zie http://www.unicode.org/consortium/members.html ↩

  2. Association of Radio Industries and Businesses. Het voorstel om de ARIB symbolen op te nemen in Unicode: http://www.unicode.org/L2/L2007/07391-n3341.pdf ↩

  3. De oorspronkelike ARIB encodering: http://www.arib.or.jp/english/html/overview/doc/6-STD-B24v5_1-1p3-E1.pdf ↩

  4. Unicode standaarden gaan dus eigenlijk over het feit dat bijvoorbeeld het binaire getal ‘97’ altijd gekoppeld is aan het idee van de kleine letter: ‘a’. En dus niet of deze kleine letter ‘a’ er als ‘a’, ‘a’, of ‘a’ uitziet.  ↩

  5. Een andere vraag is waarom niet alle Unicode pictogrammen, zoals bijvoorbeeld ☭ de status van emoji hebben gekregen. ↩

  6. In april 2016 hebben we in de context van een workshop: http://softwarestudies.projects.cavi.au.dk/index.php/*.exe_(ver0.2, een commentaar hierover geschreven en dit aan Unicode gestuurd. Het commentaar is hier terug te lezen: http://possiblebodies.constantvzw.org/feedback.html  ↩

  7. http://rhizome.org/editorial/2015/dec/08/uif618-your-ascii-goodbye/ ↩

  8. Dit gegeven is ook waar Unicode Public Review Issue 294: Not a High Five, het werk dat ik samen met Dennis de Bel voor Sign of Times heb gemaakt over gaat. Emoji die, om ze in westerse ogen leesbaarder te maken, van vorm of betekenis zouden veranderen, hebben we vereeuwigd door er een metalen mal van te laten maken.  ↩