Contact Us

Use the form on the right to contact us.

You can edit the text in this area, and change where the contact form on the right submits to, by entering edit mode using the modes on the bottom right. 

           

123 Street Avenue, City Town, 99999

(123) 555-6789

email@address.com

 

You can set your address, phone number, email and site description in the settings tab.
Link to read me page with more information.

Ruben Pater

 

Het Moreel Besef van Symbolen

 
Ruben Pater
 
Afbeelding 1: Bovenste rij: symbolen uit de grottekeningen. Daaronder: Logo van de Wereldbank, National Geographic, Delta Air Lines, Elektra, Rode Kruis, Korean Airlines, MS Windows, Caterpillar, Citroën, Chevrolet, AT&T, Panamatrics, Toblerone, Nederlandse Spoorwegen, Duitse Luchtmacht, BMW, Deutsche Bank, Mitsubishi, British Rail, Swiss Air, Pepsi, NeXT, Qantas, Kodak, Blue Cross, Accelrys, DTPS Framework, Palace Skateboards, Chevron, Patek Philippe, Konica Minolta, HDFC Bank, Avery Dennison, Geveke, Bayer.

Afbeelding 1: Bovenste rij: symbolen uit de grottekeningen. Daaronder: Logo van de Wereldbank, National Geographic, Delta Air Lines, Elektra, Rode Kruis, Korean Airlines, MS Windows, Caterpillar, Citroën, Chevrolet, AT&T, Panamatrics, Toblerone, Nederlandse Spoorwegen, Duitse Luchtmacht, BMW, Deutsche Bank, Mitsubishi, British Rail, Swiss Air, Pepsi, NeXT, Qantas, Kodak, Blue Cross, Accelrys, DTPS Framework, Palace Skateboards, Chevron, Patek Philippe, Konica Minolta, HDFC Bank, Avery Dennison, Geveke, Bayer.

Sinds onze verre voorouders de eerste tekens op rotswanden krasten hebben symbolen alleen maar aan aantrekkingskracht gewonnen. Symbolen kunnen de waarde van een product verhonderdvoudigen, mensen segreren op basis van ras of gender, en volken tegen elkaar ophitsen. Is het symbool zelf of het verhaal erachter verantwoordelijk voor deze kracht? Hebben symbolen moreel besef?

In het zuiden van Frankrijk zijn prachtige rotstekeningen te vinden van 17.000 jaar oud in de grotten van Lascaux. We weten nog steeds niet wat ze betekenen, maar dat de makers iets van een boodschap wilden achterlaten voor hun nageslacht kan elk mens zich voorstellen. In de grotten zijn ook allerlei symbolen aangetroffen waar weinig wetenschappers zich om bekommerden totdat paleontoloog Genevieve von Petzinger de symbolen begon te categoriseren. Ze kwam erachter dat dezelfde 32 symbolen terug te vinden waren in verschillende grotten, in meerdere landen, uit verschillend periodes.1

Curieus is dat elementaire symbolen zoals de pijl, het kruis, de cirkel, de driehoek, en het vierkant overal ter wereld onafhankelijk van elkaar lijken te zijn bedacht. We vinden dezelfde vormen vandaag de dag terug, bijvoorbeeld in de logo’s van bedrijven. De vormen zijn vaak nog steeds gebaseerd op dezelfde elementaire symbolen (afb. 1).2

Onleesbare tekens

De mens is altijd gefascineerd geweest door de potentie van symbolen om een universele betekenis uit te dragen. De Gestalttheorie die op het Bauhaus werd onderwezen, stelde dat van elementaire symbolen zoals de driehoek, de cirkel, en het vierkant een universele psychologische werking uitging (afb. 2).

Afbeelding 2: Elementaire vormen. Illustratie Ruben Pater.

Afbeelding 2: Elementaire vormen. Illustratie Ruben Pater.

De Russische psycholoog Alexander Luria ging in 1931 naar afgezonderde delen van Oezbekistan en Kyrgizië op zoek naar de mogelijk universele betekenis van symbolen.3 Hij liet tekeningen van een driehoek, een cirkel, en een vierkant aan bewoners van een klein dorp zien. De geletterde bewoners herkenden ze als abstracte symbolen, maar ongeletterde bewoners zagen in de symbolen specifieke voorwerpen, zoals een deur, een bord, of de maan. Het blijkt dat het lezen van abstracte symbolen niet universeel bepaald, maar aangeleerd is.

Luria’s vermoedens werden in 1973 door Andreas Fugelsang bevestigd in zijn onderzoek naar interculturele communicatie.4 Hij concludeerde dat mensen, net zoals ze moeten leren lezen en schrijven, ook beelden moeten leren lezen. In gemeenschappen waarin mensen met weinig beelden in aanraking komen, ontwikkelt de beeldgeletterdheid zich anders dan in een samenleving met een hoge beelddichtheid. Daarom communiceert een beeld in de ene samenleving dus heel iets anders dan in een andere.

In de hedendaagse Westerse samenleving is de beeldgeletterdheid zeer hoog, maar toch zijn er duidelijke grenzen aan ons vermogen om symbolen te lezen. In 1977 werd een gouden langspeelplaat geplaatst op de Voyager ruimtesonde, met symbolen die aan mogelijk buitenaards leven moesten uitleggen hoe de plaat afgespeeld moest worden, en waar de aarde zich bevindt in het heelal. De inscripties zijn nog geen veertig jaar oud, maar toch zullen de meeste van ons deze instructies onbegrijpelijk vinden, laat staan dat er nog mensen van onder de 30 zullen zijn die weten hoe een platenspeler werkt (afb. 3).

Afbeelding 3: Symbolen op de gouden langspeelplaat van de Voyager I en II ruimtesonde. Ontworpen door NASA, 1977.

Afbeelding 3: Symbolen op de gouden langspeelplaat van de Voyager I en II ruimtesonde. Ontworpen door NASA, 1977.

De maat der mensen

In 1959 schreef de Amerikaanse industrieel ontwerper Henry Dreyfuss een boek getiteld The Measure of Man (afb. 4).5
Afbeelding 4: Afbeelding uit Dreyfuss, Henry. The Measure of Man. Whitney Library of Design, 1959. Copyright 1993 Henry Dreyfuss Associates.

Afbeelding 4: Afbeelding uit Dreyfuss, Henry. The Measure of Man. Whitney Library of Design, 1959. Copyright 1993 Henry Dreyfuss Associates.

Dit boek bevatte de standaardmaten van het menselijk lichaam, en wordt nog steeds door ontwerpers gebruikt om te zorgen dat elke tafel en deur de juiste maat heeft. Bij nadere inspectie blijken deze standaarden moreel geladen te zijn. Alle maten zijn namelijk afkomstig van de keuringen voor het Amerikaanse leger. Het feit dat de gemiddelde Boliviaanse vrouw (de kortse vrouwen ter wereld met een lengte van 142,2 cm) en mannen uit de Dinarische alpen (de langste mannen met een gemiddelde lengte van 185,6 cm) ver buiten deze ontwerpstandaard vallen, kon Dreyfuss niet deren. Hij vond dat ontwerpen voor de uitersten van het spectrum nou eenmaal te duur en complex zou worden.6 Op die manier wordt een standaard in feite een aanname, gebaseerd op de wereld van de ontwerper. Designstandaarden doen dus bewust of onbewust een morele uitspraak over wat een ideale mens is – in dit geval de heteronormatieve, Westerse, valide mens.

Diverse mensenrassen

Tijdens het modernisme was men gefascineerd door het idee van een universele beeldtaal. Communiceren met symbolen zou taalbarrières overbruggen, en zelfs de potentie hebben om gelijkheid en verbroedering tussen volken te bewerkstelligen. De Weense filosoof Otto Neurath deed dat in 1928, toen hij met de kunstenaar Gerd Arntz een beeldtaal onwikkelde genaamd Isotype, wat staat voor International System of TYpographic Picture Education. Neurath was ervan overtuigd dat symbolen complexe informatie op een manier konden overbrengen die niet met woorden mogelijk was, en daarom de sleutel vormden tot een vorm van universeel onderwijs. De stelling dat Isotype vrij was van de cultuurverschillen van taal betekent niet dat ze neutraal was. 

Afbeelding 5: Gerd Arntz, Isotype 0148 Diverse menschenrassen, 1929-1965, Beeldstatistiek Gerd Arntz, copyright Gemeentemuseum Den Haag.

Afbeelding 5: Gerd Arntz, Isotype 0148 Diverse menschenrassen, 1929-1965, Beeldstatistiek Gerd Arntz, copyright Gemeentemuseum Den Haag.

In de afbeelding getiteld ‘Diverse menschenrassen’ (afb. 5) is de witte man is als eerste geplaatst, en als enige niet zwart gekleurd. De overige rassen zijn afgebeeld met traditionele kledij, alsof Aziaten of Afrikanen geen Westerse kleding droegen in die tijd. Isotype was misschien revolutionair, maar het was ook een product van het Europese koloniale denken en als zodanig bevestigde het een Europees wereldbeeld. Dat zien we niet alleen aan hoe niet-Westerse ethniciteiten zijn afgebeeld, maar ook in de ordening en categorisering zelf.

Een expliciete vorm van racisme met symbolen zien we terug bij sportclubs in de Verenigde Staten. In de jaren dertig was het populair bij honkbalteams om Native American mascottes te adopteren. De logo’s werden ontworpen door witte Amerikanen zonder enige kennis van Native American culturele gebruiken. Sommige zijn bijna een eeuw later nog steeds in gebruik (afb. 6).7

Afbeelding 6: Logo van de Cleveland Indians, genaamd ‘Chief Wahoo’, 1951-heden. Ontwerp Walter Goldbach, 1947. Copyright Cleveland Indians.

Afbeelding 6: Logo van de Cleveland Indians, genaamd ‘Chief Wahoo’, 1951-heden. Ontwerp Walter Goldbach, 1947. Copyright Cleveland Indians.

Dat is vooral pijnlijk omdat in de jaren dertig de Amerikaanse overheid actief inheemse culturen marginaliseerde en het uitoefenen van culturele gebruiken zoals ceremoniële dans en ceremonies bij de wet verbood.8 Ondanks grootschalige protesten zijn er vandaag de dag nog steeds meer dan 2.000 teams9 die zo’n etnische mascotte hebben. De kracht die deze symbolen uitstralen bij sportfans is blijkbaar zo groot, dat respect tonen voor een gemarginaliseerde cultuur, waar de mascotte eigenlijk toe behoort, ondergeschikt is.

Ontwerp is mannenwerk

De bekendste symbolen voor bewegwijzering zijn een verre afstammeling van het eerder genoemde Isotype. Ze werden oorspronkelijk ontworpen in 1974 in de V.S. voor het Ministerie van Transport, en later tot wereldwijde standaard benoemd onder de naam ISO7001 (afb. 7). 

Afbeelding 7: ISO 7001 symbolen. Ontwerp Roger Cook en Don Shanosky, 1974.

Afbeelding 7: ISO 7001 symbolen. Ontwerp Roger Cook en Don Shanosky, 1974.

Hoewel ze nog steeds worden geroemd om hun neutraliteit, blijkt bij nadere inspectie dat ook deze symbolen een impliciete morele boodschap uitdragen. Het symbool voor kaartverkoop toont een man die een kaartje koopt van een vrouw achter de balie. Het symbool voor restaurant is een mes en vork, niet het eetgerei dat in elke cultuur wordt gebruikt, en het symbool voor parkeren is de letter ‘P’ van het Engelse woord voor parkeren.10 We zien tussen de symbolen een wereldbeeld opdoemen dat wordt gedomineerd door Westerse mannen.

De laatste jaren zijn er steeds meer initiatieven om seksegelijkheid door te voeren in visuele communicatie. Wenen, nota bene de stad waar Isotype geboren werd, startte een campagne in 2007 onder de naam ‘Wenen ziet het anders’, waarbij de genderrollen werden omgedraaid in de standaard symbolen voor bewegwijzering. Een voetgangersstoplicht was nu een vrouw in plaats van een man, en een symbool voor luierverschoning toont voortaan een man die het kind verschoont in plaats van een vrouw (afb. 8).

Afbeelding 8: Weense campagne, 2007. Werbung zum Otttarif, in opdracht van de stad Wenen. Ontwerp: Chrigel Ott.

Afbeelding 8: Weense campagne, 2007. Werbung zum Otttarif, in opdracht van de stad Wenen. Ontwerp: Chrigel Ott.

In de digitale ruimte zien we iets soortgelijks. Caitlin Winner was ontwerper bij Facebook toen het haar opviel dat het symbool voor vrienden een man op de voorgrond toont met de vrouw erachter. Ook het groepsicoon toonde een man op de voorgrond.11 Ze ontwierp nieuwe symbolen waarbij de silhouetten minder archetypisch man of vrouw representeerden, en een meer gelijke relatie toont tussen de personen. Haar silhouetten zijn zo ontworpen dat ze ruimte bieden voor identificatie met verschillende gendertypes. Inmiddels worden haar ontwerpen als nieuwe symbolen gebruikt op de website (afb.9).

Afbeelding 9: Facebook groep symbool. Boven: voormalig ontwerp. Onder: nieuw ontwerp door Caitlin Winner. Copyright Facebook.

Afbeelding 9: Facebook groep symbool. Boven: voormalig ontwerp. Onder: nieuw ontwerp door Caitlin Winner. Copyright Facebook.

Cultuurverschillen in de praktijk

Grafisch ontwerpen bestaat uit het elimineren en abstraheren van informatie om de leesbaarheid te verbeteren. Maar hoe voorkom je dat je daarmee een hele bevolkingsgroep beledigt? Een handige stelregel is bescheidenheid tonen bij het afbeelden van mensen die niet tot jouw gemeenschap behoren. Mocht het ontwerpen van symbolen voor een andere groep toch noodzakelijk zijn, zoek dan contact met leden van die groep en zorg dat je geen aannames doet over andermans interpretatie. Deze aannames zijn sneller gemaakt dan je denkt, zoals het volgende voorbeeld laat zien.  

Afbeelding 10: Introductiecursus voor vrijwilligsters van het Amsterdams Buurvrouwen Contact. Amsterdam, januari 2015.

Afbeelding 10: Introductiecursus voor vrijwilligsters van het Amsterdams Buurvrouwen Contact. Amsterdam, januari 2015.

Dit is een instructie over cultuurverschillen van het Amsterdams Buurvrouwen Contact (afb. 10), een organisatie van vrijwilligers die Nederlandse les geven aan immigranten. Het bovenste plaatje toont drie gezichtsuitdrukkingen en vraagt welke uitdrukking hoort bij de zin ‘de schaduwzijde van het leven?’ Iemand die uit Noord-Europa afkomstig is zou geneigd zijn de droevige gezichtsuitdrukking te kiezen omdat we hier schaduw associëren met kou en duisternis. Maar iemand die afkomstig is uit een warm klimaat maakt misschien een heel andere keuze omdat schaduw daar verkoeling biedt.

Het tweede plaatje toont links een onweerswolk en rechts bomen. De taak is hier om het plaatje uit te leggen in een zin. Een Nederlands- of Engelssprekend iemand zou zeggen dat het onweer naar de bomen toe komt, maar iemand die van rechts naar links leest, zoals sprekers van het Hebreeuws, het Arabisch, of het Japans, zou zeggen dat het onweer van de bomen afgaat.12 Deze voorbeelden tonen heel simpel hoe het lezen van beeld te maken heeft met cultuurverschillen.

De erosie van betekenis

Elke poging om met symbolen de realiteit te beheersen blijft beperkt tot de cultuur waarin ze zijn bedacht. Zelfs binnen een cultuur zullen symbolen vroeg of laat worden ingehaald door de veranderende moraal of de erosie van betekenis. Het vredesteken was tijdens de Tweede Wereldoorlog te zien als runenteken op tanks van de SS. Pas na de oorlog werd dit symbool als vredesteken gebruikt en tegenwoordig zullen we dit teken niet meer associëren met haar gewelddadige verleden (afb. 11). 

Afbeelding 11: Links: Runeteken ‘z’ 150–800 na Chr. Midden: semafoorteken N waar het vredesteken op is gebaseerd. ‘N’ staat voor nuclear disarmament. Rechts: Vredesteken, ontworpen door Gerald Holtom in 1958 voor een mars tegen atoomwapens.

Afbeelding 11: Links: Runeteken ‘z’ 150–800 na Chr. Midden: semafoorteken N waar het vredesteken op is gebaseerd. ‘N’ staat voor nuclear disarmament. Rechts: Vredesteken, ontworpen door Gerald Holtom in 1958 voor een mars tegen atoomwapens.

De stereotype afbeeldingen van Zwarte Piet die nu veel worden besproken in Nederland zullen sommigen racistisch vinden, en sommigen niet. Toch zullen deze afbeeldingen over een aantal jaren volledig onacceptabel zijn geworden. Als we die tijdspanne nog verder doortrekken zullen onze nakomelingen in de toekomst de betekenis volledig vergeten, net als bij de symbolen van Lascaux.

Soms is het interessant of zelfs nodig om na te denken over communicatie die duizenden jaren moet overbruggen. Kernafval blijft 24.000 jaar lang radioactief, en voor de opslag ervan werden wetenschappers in de V.S. gevraagd een oplossing te bedenken zodat toekomstige aardbewoners het radioactieve materiaal niet gaan opgraven. Er is uiteindelijk gekozen voor instructies in zeven talen die in steen zijn uitgehakt, met ruimte voor toekomstige talen.13 Dit was een compromis, want de wetenschappers concludeerden dat zowel taal als symbolen een dergelijke tijdspanne niet kunnen doorstaan. Het Oudnederlands is pas 1.500 jaar oud en is nu al bijna onleesbaar voor ons, dus wat blijft er überhaupt nog over van taal en symbolen na 24.000 jaar?

De wens om te communiceren met de toekomst is fascinerend maar misschien wel net zo zinloos als onze pogingen om aan buitenaardse wezens uit te leggen hoe een platenspeler werkt. Kunstenaar Trevor Paglen merkte op dat deze pogingen tot communiceren simpelweg voorbij de grenzen gaan van onze verbeelding.14 Hoezeer we ook geloven in de kracht van taal en symbolen, we zijn als mensen niet in staat te denken voorbij de beperkingen van onze menselijke natuur.


  1. http://www.bradshawfoundation.com ↩

  2. Frutiger, Adrian. Signs and Symbols: Their Design and Meaning, New York 1989. ↩

  3. Lupton, Ellen, and J. Abbott Miller, Design, Writing, Research: Writing on Graphic Design, Londen 1999. ↩

  4. Fugelsang, Andreas. About Understanding, Uppsala 1982. ↩

  5. Tilley, Alvin R. The Measure of Man and Woman: Human Factors in Design, New York 1993. ↩

  6. Ibid. p. 10. ↩

  7. King, C. Richard (red.), The Native American Mascot Controversy: A Handbook, Lanham, MD, 2010. p. 9. ↩

  8. Tracy, Marc. ‘The Most Offensive Team Names in Sports: A Definitive Ranking’, The New Republic, 9 October 2013.

  9. Munguia, Hayley. ‘The 2,128 Native American Mascots People Aren’t Talking About.’ FiveThirtyEight. September 5, 2014.  ↩

  10. Trueheart, Charles. ‘Sign Language: At Their Best, Pictograms Tell Us Clearly Where to Go and What to Do; At Their Worst, Things Can Get Interesting.’ American Scholar 77, no. 1, 2008, p. 18. ↩

  11. Winner, Caitlin. ‘How We Changed the Facebook Friends Icon—Facebook Design.’ Medium. July 7, 2015.  ↩

  12. Introductiecursus voor vrijwilligsters van het Amsterdams Buurvrouwen Contact. Amsterdam, January 2015. ↩

  13. Wagner, Steve. ‘Introduction to WIPP Passive Institutional Controls’, presentatie bij Sandia National Laboratories, 27 februari 2012. ↩

  14. Paglen, Trevor. ‘Friends of Space, How Are You All? Have You Eaten Yet?’ Or, Why Talk to Aliens Even If We Can’t.” Afterall Journal, Issue 32, 2013.  ↩